Idealisme…

Voor ik kinderen had en dus nog jong, onnozel en idealistisch was, had ik heel erg duidelijke ideeën omtrent opvoeden. Ik zou mijn kinderen overladen met liefde, aangemoedigen enkel het goede te doen en ze zouden nooit (echt NOOIT) speelgoed krijgen dat geïnspireerd was op geweld en oorlog.

 

Toch verzamelden mijn jongens, in een mum van tijd, een hele resem revolvers, zwaarden (Power Rangers én Star Wars), pijlen, bogen en -ach ja- de speelgoedversie van zowat alles wat bedoeld is om mensen te verwonden en te doden.

 

De eerste stukken kwamen in huis in de vorm van cadeautjes, want wat kopen mensen voor verjaardagen van kleine jongens? Auto’s en speelgoedwapens natuurlijk! Ik deed een poging hen te ontmoedigen als ze weer eens oorlogjes uitvochten onder vriendjes, maar je kan je zoon toch niet als enige verbieden om met zulk speelgoed te spelen?

 

Na verloop van tijd ga je inzien, dat je in je eentje de wereld niet kan veranderen en dat “oorlogje spelen” of “cowboy en indiaantje” spelen, er gewoon bij blijkt te horen voor kleine jongens. En alweer verschuift je grens, het principe werd afgezwakt tot “geen films of series waar geweld in voor komt”…

 

Waarna ik tot de ontdekking kwam, dat je je TV dan best buitengooit! In zowat elk programma zit (verdoken) geweld. Daar komt bij dat je je kinderen buiten de groep plaatst, als blijkt dat de hele klas begeesterd is, over net die film of die serie, waar je zonen niet naar mogen kijken!

 

Ik stelde opnieuw een grens, geen geweldadige computerspellen! Om er daarna achter te komen dat ze vrolijk “Tekken” speelden bij mijn ex en dat andere ouders er blijkbaar ook geen been in zagen, die dingen voor hun kinderen te kopen.

 

Toen mijn broer me vorig jaar kerstmis vroeg, of zijn petekind blij zou zijn met de PSP-versie van “Kill Zone”, heb ik na wat getwijfel toch toegegeven. Het enige wat ik echt (écht hé!) niet in huis wil, zijn “first person shooters” en dingen zoals “Grand Theft Auto”.

 

Gisteren zijn onze zonen gaan “paintballen”, zo noemen ze het toch zelf, of er een officiëel Nederlands woord voor bestaat weet ik niet. Om de hele groep ter plaatse en weer thuis te krijgen, was afgesproken dat wij onze zonen en nog een vriendje zouden afhalen na het spel.

 

Samen met die vriend, vertelden ze enthousiast over hun heldendaden, “Ik heb er … vermoord!”, klonk het aan de ene zijde, “Ik heb er … afgeschoten!”, hoorde ik aan de andere kant, nummer 3 had er dan weer … afgeknald. Vreselijk vond ik het, mijn maag draaide gewoon om!

 

Maar -eerlijk is eerlijk- ik had het mijn ouders waarschijnlijk “nooit” vergeven, als ze mij, uit principe, zoiets verboden zouden hebben…