geradbraakt…

Gisteren hadden we onze jaarlijkse teambuilding event. Alweer was het ongelooflijk plezant en er is geen betere manier om mensen, waar je niet dagelijks mee samenwerkt, beter te leren kennen. Dat event is natuurlijk ook een beetje een beloning, omdat onze afdeling, op gebied van organisatie en efficiëntie heel goed bezig is, dus is het altijd “af”!

 

Dit keer werden we in ploegjes verdeeld, gewoon op basis van toeval, zodat je onvermijdelijk een aantal mensen in je team had, die je niet kende. En ik kreeg alweer twee kaderleden op mijn dak, ik heb dat dus altijd voor, als ik cursus volg of naar een feest van ’t werk moet of naar zo’n event… Soit, de kaderleden bij ons zijn, over het algemeen, heel toffe, jonge en dynamische mensen en ze willen ook echt winnen! Het grote voordeel is natuurlijk, dat de hele ploeg zijn uiterste best gaat doen. Je gaat je toch niet laten kennen als het afdelingshoofd in je team zit…

 

Zo moesten we allemaal proeven doen, soms in directe competitie met een andere ploeg, soms alleen met ons team, maar dan wel met een tijdslimiet. De organisatoren trokken grote ogen, ze zijn namelijk gewend aan mensen die een beetje schuchter en terughoudend zijn, terwijl wij er natuurlijk heel enthousiast invlogen. Scores zoals gisteren hadden ze nog nooit gezien en aan hun verbaasde reacties tijdens de opdrachten, konden we duidelijk merken dat niet al hun klanten het spel zo serieus namen!

 

Zo waren ze al helemaal van hun melk bij onze eerste uitdaging, een mijnenveld, dat in plaats van op goed geluk, door ons team heel strategisch gespeeld werd. Toen wij bijna iemand aan de overkant hadden, kozen we ervoor om die “op te offeren” zodat de tegenpartij niet nog eens de door ons gevonden goeie weg zou kunnen zien (en gebruiken). Toen we één persoon aan de overkant hadden, begonnen teamgenoten “boem” of “de tijd is voorbij” of “naar links, naar rechts” te roepen, als iemand van de tegenpartij een poging deed om aan onze kant te raken.

 

Die “offers” hadden de consequentie, dat we niet de volle punten kregen, maar zorgden er ook voor dat het andere team geen punten kreeg, omdat niemand aan de overzijde raakte. Niet zo heel sportief van ons, maar het was wel efficient!

 

De twee keren dat we tegen een andere ploeg speelden, wonnen we en op het einde bleken we tweede te zijn. Ik vond dat niet slecht, gezien de twee vrouwen in ons team absoluut geen “atleten” waren. Slanke sportieve mensen raken veel gemakkelijker overal over en onder en tussen natuurlijk.

 

Het enige wat ik een beetje minder vond, was het avondeten. Niet dat het niet lekker was hoor, het was een prachtig buffet, zelfs met oesters en daar ben ik dol op! Alleen was het voorzien in een ruimte zonder ook maar één stoel, met van die hoge tafeltjes waar je aan kan staan. Als je net daarvoor een toch wel behoorlijk vermoeiende activiteit gedaan hebt, valt dat toch een beetje tegen.

 

Het poepchique hotel waar we gingen eten, leek overrompeld door ons en de (ook poepchique) mensen die er logeerden of kwamen eten, liepen een beetje gechoqueerd rond als ze met ons geconfronteerd werden… Gelukkig kon de collega die voor de organisatie instond, nog regelen dat we mochten douchen in de kleedkamers van de fitness-ruimte. Anders zouden ze ons echt voor een hoop wilden aanzien hebben denk ik! 😉

 

Enfin, het was fijn, het was tof en het was een uitdaging, maar nu ben ik geradbraakt. Ik ben immers absoluut geen sportvrouw, wat vandaag resulteert in pijnlijk stijve spieren natuurlijk…