Neurotypical?

Neurologically typical, of korter neurotypical (nog korter NT), is een neologisme dat door mensen met een “stoornis” in het autismespectrum gebruikt wordt, om “normale” mensen aan te duiden. Velen onder hen nemen het niet, dat hun manier van denken als een stoornis gezien wordt en niet gewoon als een evenwaardige variant. Er zijn er zelfs die hun onvrede op een erg creatieve manier uiten, zoals de man achter de (hilarische!) site van het “Institute for the Study of the Neurologically Typical“.

Strikt genomen ben ik dus ook een Neurotypical, al zie ik dat zelf lichtjes anders. Net als autisten, worden ADHD’ers vaak als abnormaal gezien, mensen met een stoornis, mensen die je moet leren zich vooral zo normaal mogelijk te gedragen. Onze andere manier van denken wordt immers ook niet als evenwaardig beschouwd. Een heel legertje logopedisten, othopedagogen, psychologen en allerlei therapeuten, probeert kinderen met de diagnose ADHD, zo veel mogelijk op “normale” mensen te laten lijken.

Ik zie mezelf echter helemaal niet als abnormaal, ik vind ook niet dat ik een stoornis heb, ik heb een brein met een andere bedrading, eentje dat niet de geijkte paden volgt, maar buiten het kader denkt. Zo’n brein heeft wel een paar nadelen, maar ook grote voordelen en net dat wordt vaak vergeten!

Spijtig dat ik als kind niet wist waarom ik zo anders was, waarom ik anders leerde, waarom mijn hersenen zich niet wilden plooien naar de instucties van de leerkrachten. Als ik het op mijn eigen manier mocht doen, scoorde ik soms veel beter dan mijn klasgenoten…

Ik kwam pas te weten dat mijn “probleem” ADHD-gerelateerd was, toen ik een jaar of 7 geleden, in een krant een artikel over volwassenen met ADHD las. De persoon die daar beschreven werd, dat was ik! Ik was niet alleen, een heleboel mensen maakten net hetzelfde mee…

Dus ik kreeg mijn diagnose en de bijhorende medicatie, die het mij makkelijker maakt om aan de normen van de normale mensen te voldoen. Maar is dat echt wat ik wil? Wil ik mijn eigen ik verloochenen, om op te gaan in de massa?

Zou de wereld niet mooier zijn als de “neurotypicals”, een beetje toleranter zouden zijn voor mensen die afwijken van de door hen gestelde norm? Zou het niet beter zijn als we stoppen met het assimileren van mensen met zogenaamde “stoornissen”, in plaats van gebruik te maken van hun speciale talenten?

Een autist denkt rechtlijnig, heeft enorm veel oog voor detail en is meestal erg goed in repetetief werk, zoals labo-onderzoek of een job in de informatica-branche. Computers kennen immers geen grijs, enkel ééntjes en nulletjes, wit en zwart. Okay, je auti-collega zal niet zo erg veel belangstelling tonen voor je privé-leven, maar is dat onoverkomelijk?

ADHD’ers daarentegen, denken buiten het kader, bekijken elk probleem op hun eigen manier, houden van afwisseling en zijn vaak erg inventief. Als je hen niet in een keurslijf dwingt, kunnen ze een enorme meerwaarde genereren, ze zijn immers niet alleen erg impulsief, maar ook heel enthousiast. Ze houden van verandering en proberen (vaak onbewust) elke procedure te optimaliseren. Ook al zijn ze dikwijls erg druk en enerveren ze je met hun gepruts en gefriemel, als je in de problemen zit, kan je op hen gewoonlijk blindelings rekenen!

In een ideale wereld, waar iedereen naar waarde geschat wordt, zou deze neurodiversiteit een maatschappij voortbrengen, waarin mensen hun bijzondere vaardigheden voor zich kunnen laten werken en tegelijk accepteren dat iedereen anders en niemand perfect is. Zo krijg je een samenleving met meer levensvreugde en minder frustratie. Verscheidenheid maakt het leven immers boeiender, dus leve de “neurodiversiteit”!!

Mystery Guest

Mijn werkgever organiseert jaarlijks een familiedag, altijd een groot feest en gezien het doorgaans in een pretpark plaats vindt, zeer gesmaakt door onze zonen. Dit jaar is niet anders en er komt bovendien nog een “mystery guest”!

Al mijn hoop op bv. Axel Daeseleire of Filip Peeters, ging in rook op, toen ik gisteren op het intranet las, dat het eerder om Piet Piraat of Mega Mindy zou gaan. Toen ik de zonen (met wat leedvermaak) vertelde dat de “mystery guest” wel eens één van die twee zou kunnen zijn, kreeg ik een antwoord dat ik niet echt had verwacht…

“Laat het dan maar Mega Mindy zijn, dat is tenminste een geil wijf!”

“Ja, die draagt zo’n spannend pakje, hmmm…”

Griezelig wat hormonen met onschuldige jongenshersenen doen, Beavis & Buthead revisited! Coltrui zal zich nu wel gelukkig prijzen dat hij geen zonen heeft, hoewel als ik het ongelooflijk aantal comments op dat postje zie…

😉

Wit poezendier of lustmoordenaar?

Een jager die zegt dat katten lustmoordenaars zijn, dat is toch zuiver een geval van “de pot verwijt de ketel dat hij zwart is”! Want gaan jagen omdat je honger hebt, dat komt hier in west-Europa, normaal gezien, toch echt niet meer voor…

ozzywanted.jpg

Meer nog, ik geloof niet dat iemand nog katten eet, dus worden ze gejaagd voor de sport, door dierenbeulen en lustmoordenaars…

Gezien Ozzy nog altijd regelmatig met een muis thuis komt, zijn er van die knagers toch wel meer dan genoeg. En gaan ze dan ook op eekhoorntjes schieten? Die roven namelijk wel eens eieren of kleine vogeltjes uit nesten. Zij hebben, buiten de mens, zo ongeveer geen natuurlijke vijanden, net als katten…

WordPress glimlacht?

Ik heb deze “smiley” nog niet in elk thema gevonden, maar toch al wel op heel veel plekken… Meestal vind je het lachebekje onderaan de pagina of onder een tekst, maar zo hier en daar zit het helemaal ergens anders!

wordpress1.jpg

wordpress2.jpg

wordpress3.jpg

wordpress4.jpg

wordpress5.jpg

wordpress6.jpg

wordpress7.jpg

Cabrio

Mits wat moeite en lichte verbouwingswerken, krijg je drie (enigzins anorectische) middelbare schoolmeisjes, op de achterbank van een Renault Megane cabrio. De koffer was echter al vol na één rugzak, gezien het dak daar al in zat. Dus kreeg het vierde meisje, waarschijnlijk de dochter van de chauffeuze, na wat puzzelen, drie grote rugzakken op haar schoot…

 

Spijtig dat ik mijn kodàk niet bij had!

Millimeterpapier…

Na een weekend van meten, tekenen, gommen, herberekenen, tekenen, gommen, terug meten, tekenen en meer van hetzelfde (en ook nog een beetje shoppen gelukkig!), hebben we nog altijd niet beslist, hoe het eindresultaat eruit moet zien. Ik word bijna misselijk als ik een vel millimeterpapier zie, die piepkleine vierkantjes dansen voor mijn ogen!

 

De metingen van de bovenverdieping, komen langs geen kanten uit met de maten van de benedenverdieping… Als ik die twee plans op mekaar leg, dan scheelt het 5 millimeter, omgerekend is dat dan 25 centimeter. Een stuk daarvan is al gecorrigeerd, maar dan klopt het nog altijd niet. Ik weet wel dat 25 centimeter, op een totale breedte van bijna 10 meter, geen gigantische fout is, maar ik vind dat toch ambetant.

 

Ik dacht ook dat we enigzins zeker waren van de bestemming van de verschillende ruimtes, toch is er daar ook al flink in gewijzigd. En ik heb alweer nieuwe ideetjes die ik wil uitwerken, waarvan ik wil zien of het mogelijk is en wat het effect zou zijn… En dan moet ik nog op zoek naar een aantal architecten/aannemers om te kijken wat mogelijk is en hoeveel dat dat allemaal gaat kosten!

 

Zij die opnieuw met potloden, gommen en papier gaan vechten, groeten u!

geradbraakt…

Gisteren hadden we onze jaarlijkse teambuilding event. Alweer was het ongelooflijk plezant en er is geen betere manier om mensen, waar je niet dagelijks mee samenwerkt, beter te leren kennen. Dat event is natuurlijk ook een beetje een beloning, omdat onze afdeling, op gebied van organisatie en efficiëntie heel goed bezig is, dus is het altijd “af”!

 

Dit keer werden we in ploegjes verdeeld, gewoon op basis van toeval, zodat je onvermijdelijk een aantal mensen in je team had, die je niet kende. En ik kreeg alweer twee kaderleden op mijn dak, ik heb dat dus altijd voor, als ik cursus volg of naar een feest van ’t werk moet of naar zo’n event… Soit, de kaderleden bij ons zijn, over het algemeen, heel toffe, jonge en dynamische mensen en ze willen ook echt winnen! Het grote voordeel is natuurlijk, dat de hele ploeg zijn uiterste best gaat doen. Je gaat je toch niet laten kennen als het afdelingshoofd in je team zit…

 

Zo moesten we allemaal proeven doen, soms in directe competitie met een andere ploeg, soms alleen met ons team, maar dan wel met een tijdslimiet. De organisatoren trokken grote ogen, ze zijn namelijk gewend aan mensen die een beetje schuchter en terughoudend zijn, terwijl wij er natuurlijk heel enthousiast invlogen. Scores zoals gisteren hadden ze nog nooit gezien en aan hun verbaasde reacties tijdens de opdrachten, konden we duidelijk merken dat niet al hun klanten het spel zo serieus namen!

 

Zo waren ze al helemaal van hun melk bij onze eerste uitdaging, een mijnenveld, dat in plaats van op goed geluk, door ons team heel strategisch gespeeld werd. Toen wij bijna iemand aan de overkant hadden, kozen we ervoor om die “op te offeren” zodat de tegenpartij niet nog eens de door ons gevonden goeie weg zou kunnen zien (en gebruiken). Toen we één persoon aan de overkant hadden, begonnen teamgenoten “boem” of “de tijd is voorbij” of “naar links, naar rechts” te roepen, als iemand van de tegenpartij een poging deed om aan onze kant te raken.

 

Die “offers” hadden de consequentie, dat we niet de volle punten kregen, maar zorgden er ook voor dat het andere team geen punten kreeg, omdat niemand aan de overzijde raakte. Niet zo heel sportief van ons, maar het was wel efficient!

 

De twee keren dat we tegen een andere ploeg speelden, wonnen we en op het einde bleken we tweede te zijn. Ik vond dat niet slecht, gezien de twee vrouwen in ons team absoluut geen “atleten” waren. Slanke sportieve mensen raken veel gemakkelijker overal over en onder en tussen natuurlijk.

 

Het enige wat ik een beetje minder vond, was het avondeten. Niet dat het niet lekker was hoor, het was een prachtig buffet, zelfs met oesters en daar ben ik dol op! Alleen was het voorzien in een ruimte zonder ook maar één stoel, met van die hoge tafeltjes waar je aan kan staan. Als je net daarvoor een toch wel behoorlijk vermoeiende activiteit gedaan hebt, valt dat toch een beetje tegen.

 

Het poepchique hotel waar we gingen eten, leek overrompeld door ons en de (ook poepchique) mensen die er logeerden of kwamen eten, liepen een beetje gechoqueerd rond als ze met ons geconfronteerd werden… Gelukkig kon de collega die voor de organisatie instond, nog regelen dat we mochten douchen in de kleedkamers van de fitness-ruimte. Anders zouden ze ons echt voor een hoop wilden aanzien hebben denk ik! 😉

 

Enfin, het was fijn, het was tof en het was een uitdaging, maar nu ben ik geradbraakt. Ik ben immers absoluut geen sportvrouw, wat vandaag resulteert in pijnlijk stijve spieren natuurlijk…