En het leven gaat voort…

Mijn plannen om een cursus keramiek te volgen dit jaar, vallen mooi in het water. Al een paar jaar spreken we over verbouwen, maar tot hier toe hadden we nog geen concrete plannen gemaakt. Ik had het al wel helemaal in mijn hoofd, maar ik kreeg het niet uitgelegd. Blijkt dat mijn ventje opeens beslist heeft, dat we nu wel degelijk gaan verbouwen, dus heeft hij mij, in één moeite, tot projectmanager gebombardeerd!

 

Vandaag ben ik het grootste deel van de dag bezig geweest, met het tekenen van een plan van het gelijkvloers. Spijtig genoeg zijn de oorspronkelijke plannen niet meer beschikbaar, dus was het passen en meten, nog meer meten en heel veel berekeningen maken! Gelukkig had ik mijn kinderen om alles te gaan opmeten…

 

‘k Moet wel zeggen dat mijn tekening heel goed gelukt is. Na twee kladjes, heb ik nu een plan met daarop alle muren die er nu staan, dat wordt dus het referentieplan. Daardoor kon ik heel snel een plan tekenen van hoe ik zou willen dat het wordt. Gewoon het referentieplan tegen het licht houden, de hoeken met puntjes aanduiden en waar nodig die puntjes met lijnen verbinden…

 

Dat millimeterpapier in A3-formaat, is soms wel een beetje onhandig, maar nu kon ik het plannetje toch nog enigzins op een fatsoendelijke grootte maken. Wel grappig dat ik altijd gedacht heb dat het grondplan van ons huis een rechthoek was, terwijl het een bijna perfect vierkant is. Ook de vorm van de keuken had ik totaal verkeerd ingeschat. En alle muren zijn hier even dik, dus ik heb geen idee welke een steun-muur is en welke niet, maar het maakte het tekenen wel veel gemakkelijker!

vergeven en vergeten

“P, ’t is hier met A, zijt gij thuis? Want anders moet ik terugbellen!”

 

Een vrolijke jongensstem, ongeveer de leeftijd van onze jongste, klinkt door de speakers van mijn autoradio. In “Stories” vertelt een moeder het verhaal dat bij deze opname hoort. Het is haar zoon, die een boodschap inspreekt op het antwoordapparaat van zijn grootouders.

 

Samen met haar woorden, sijpelt haar verdriet bij me naar binnen. De jongen op het bandje is er niet meer. Deze vrouw leeft mijn ergste nachtmerrie, het verlies van iemand die je oneindig graag ziet is hard, maar de manier waarop het haar overkwam, is wat het tragisch maakt.

 

Bij mijn grootouders hing er een spreuk aan de muur, hoe de tekst juist was, weet ik niet meer, maar de inhoud is me altijd bijgebleven. Het kwam er op neer dat je nooit afscheid mag nemen, zonder eerst een ruzie of wat dan ook bij te leggen, omdat je nooit weet of/wanneer/hoe je elkaar terug zal zien.

 

Sinds ik leerde lezen en zo te weten kwam, wat er op die tegel stond, is dat iets wat ik bijna obsessief toepas. Als een ruzie één zeldzame keer zo hoog oploopt, dat mijn vent woedend de oprit afstuift met de auto, sta ik doodsangsten uit. Als ik hem terugzie is alles vergeten, gewoon omdat ik zo blij ben dat hij er weer is.

 

Maar wat als je kind huiswerk maakt en je, tegen elke gewoonte in, eens gaat kijken of hij goed bezig is? Wat als blijkt dat hij het boek dat hij voor deze huistaak nodig heeft, op school vergeten is? Wat als je uit je krammen schiet en zegt dat hij verdorie moet maken dat hij op school is, om dat boek te gaan halen? Wat als je hem zegt “En pakt uwe fiets maar hé, ge had er maar aan moeten denken!”, omdat je vindt dat hij zelfstandig moet leren zijn en hoopt dat dit er mee voor zal zorgen, dat hij volgende keer met wat meer aandacht zijn boekentas inpakt?

 

Persoonlijk kan ik me deze situatie levendig voorstellen, sterker nog, het zou mij ook kunnen overkomen. Je hebt een zware dag achter de rug, je zit ermee dat je kind zijn opleiding niet altijd even serieus neemt, je verliest je geduld en stuurt hem weg om te doen wat hij moet doen. Even later is hij terug thuis, je praat alles door en het is achter de rug. Het wordt een “weet je nog” verhaal, waar hij zeker iets uit geleerd zal hebben.

 

Maar voor deze moeder liep anders af, want 10 minuten nadat haar zoon naar school vertrok, werd hij door een auto gegrepen en zijn mama kreeg nooit meer de kans om “Allez kom, ’t is goed, vergeven en vergeten, zie dat dat nu niet meer gebeurt hé!” te zeggen.

 

Een paar weken na het tragische ongeval, vond haar vader op de cassette van zijn antwoordapparaat, deze boodschap van zijn kleinzoon. Een herinnering die ze koesteren, die hem telkens als ze zijn stem horen, voor een paar seconden weer bij hen brengt…

Idealisme…

Voor ik kinderen had en dus nog jong, onnozel en idealistisch was, had ik heel erg duidelijke ideeën omtrent opvoeden. Ik zou mijn kinderen overladen met liefde, aangemoedigen enkel het goede te doen en ze zouden nooit (echt NOOIT) speelgoed krijgen dat geïnspireerd was op geweld en oorlog.

 

Toch verzamelden mijn jongens, in een mum van tijd, een hele resem revolvers, zwaarden (Power Rangers én Star Wars), pijlen, bogen en -ach ja- de speelgoedversie van zowat alles wat bedoeld is om mensen te verwonden en te doden.

 

De eerste stukken kwamen in huis in de vorm van cadeautjes, want wat kopen mensen voor verjaardagen van kleine jongens? Auto’s en speelgoedwapens natuurlijk! Ik deed een poging hen te ontmoedigen als ze weer eens oorlogjes uitvochten onder vriendjes, maar je kan je zoon toch niet als enige verbieden om met zulk speelgoed te spelen?

 

Na verloop van tijd ga je inzien, dat je in je eentje de wereld niet kan veranderen en dat “oorlogje spelen” of “cowboy en indiaantje” spelen, er gewoon bij blijkt te horen voor kleine jongens. En alweer verschuift je grens, het principe werd afgezwakt tot “geen films of series waar geweld in voor komt”…

 

Waarna ik tot de ontdekking kwam, dat je je TV dan best buitengooit! In zowat elk programma zit (verdoken) geweld. Daar komt bij dat je je kinderen buiten de groep plaatst, als blijkt dat de hele klas begeesterd is, over net die film of die serie, waar je zonen niet naar mogen kijken!

 

Ik stelde opnieuw een grens, geen geweldadige computerspellen! Om er daarna achter te komen dat ze vrolijk “Tekken” speelden bij mijn ex en dat andere ouders er blijkbaar ook geen been in zagen, die dingen voor hun kinderen te kopen.

 

Toen mijn broer me vorig jaar kerstmis vroeg, of zijn petekind blij zou zijn met de PSP-versie van “Kill Zone”, heb ik na wat getwijfel toch toegegeven. Het enige wat ik echt (écht hé!) niet in huis wil, zijn “first person shooters” en dingen zoals “Grand Theft Auto”.

 

Gisteren zijn onze zonen gaan “paintballen”, zo noemen ze het toch zelf, of er een officiëel Nederlands woord voor bestaat weet ik niet. Om de hele groep ter plaatse en weer thuis te krijgen, was afgesproken dat wij onze zonen en nog een vriendje zouden afhalen na het spel.

 

Samen met die vriend, vertelden ze enthousiast over hun heldendaden, “Ik heb er … vermoord!”, klonk het aan de ene zijde, “Ik heb er … afgeschoten!”, hoorde ik aan de andere kant, nummer 3 had er dan weer … afgeknald. Vreselijk vond ik het, mijn maag draaide gewoon om!

 

Maar -eerlijk is eerlijk- ik had het mijn ouders waarschijnlijk “nooit” vergeven, als ze mij, uit principe, zoiets verboden zouden hebben…