Mijn digicorder zijn harde schijf is vol!!!

Wat ik nooit had verwacht, is toch gebeurd, de harde schijf van mijn digicorder is vol… Dus nu moet ik noodgedwongen kijken naar wat ik opgenomen heb of het gewoon wissen zonder er naar te kijken.

Voor de een of andere reden neem ik dingen op die me wel interesseren, maar waar ik op het moment zelf niet naar wil of kan kijken. Weten dat het opgenomen is, dat ik kan kijken wanneer ik wil, geeft een soort van comfortabel en veilig gevoel, maar het effectief opzetten doe ik blijkbaar niet vaak genoeg…

Nu zit ik dus te kijken naar “Missers in mode” en terwijl stukjes tekst te typen en in mijzelf te denken aan wat voor martelingen ik iemand zou blootstellen die mij voor zo’n programma zou opgeven…

Maar aan de andere kant, die dames krijgen wel 3000 euro om uitgebreid mee te gaan winkelen, al moet je dan wel de goesting van Trinny en Suzannah kopen. Nu ik neem aan dat die dames het echt wel weten, maar ik ben het niet altijd eens met hun idee van een smaakvolle outfit!

Zo, nu kan dat er ook weer af en zit ik al aan 17 % vrije ruimte. Lang niet genoeg natuurlijk, dus excuseert u mij alstublieft, ik ga me even helemaal onderdompelen in de wereld van CSI…

Tijdsbesef, of mijn gebrek daaraan…

Ik kom chronisch te laat, of veel te vroeg, wat ook ambetant is… ’t Is niet da’k van slechte wil ben, echt niet, ik ben gewoon heel slecht in het inschatten van tijd.

En ik geraak ook heel moeilijk uit mijn bed, wat er ook wel eens mee te maken kan hebben. Ik werk meestal van thuis uit – een geweldige luxe – en ik heb glijdende uren, wat wil zeggen dat, als ik geen afspraak heb (ik maak zelden afspraken voor 10 uur), het niet zo veel uitmaakt om hoe laat ik begin, als ik maar doe wat ik moet doen en ik werk dan gewoon ’s avonds wat langer door.

Maar één ding heb ik al geleerd, als je weet dat je toch te laat gaat komen, zorg er dan voor dat je er “geweldig” uitziet, dressed to kill en met de nodige “oorlogskleuren” (voor de vrouwen dan). Je moet immers binnenstappen op een meeting die al bezig is, dus kan je er maar beter voor zorgen dat wat ze te zien krijgen leuk is. Wedden dat er dan niemand meer geërgerd opkijkt om te zeggen dat je te laat bent?

Weessokken en sexy bottekes…

Hebben jullie dat ook, dat er altijd sokken kwijtraken? Ik heb een hele schuif met weessokken in mijn kleerkast. Oppotter als ik ben, kan ik ze niet weggooien natuurlijk. Dus ik hou ze bij, soms maanden lang, zonder dat hun wederhelft ooit opduikt, maar als ik dan eindelijk van mijn hart een steen maak en ze toch weggooi, komt binnen de week de verloren zoon weer boven water!!

Meestal zijn het sokken van de kids, meestal net de dure van een sjiek sportmerk die ze gewoon “moesten” hebben omdat heel hun klas die heeft, maar soms zijn het er ook van mij natuurlijk. Dan gaat het meestal om een paar dat ik gewoon waanzinnig mooi of grappig vond en waarvan er na twee keer dragen, ééntje spoorloos verdwijnt.

Ik ben een sokken-fetishist, als ik sokken zie die – grappig – schattig – mooi – knettergek – zijn, dan MOET ik die gewoon hebben, liefst in elke beschikbare kleur! Zo heb ik een voorliefde voor het merk Puma en mijn lievelingssokken van het moment zijn er met de leuke zin “In Puma we trust” op. Vlak daarna komt een paar gifgroene met een kat op mijn tenen of rood met grijze met een duiveltje op de plaats van de kat…

Ik ben ook nogal zot van schoenen, wow dan ben ik toch echt een vrouw? Twee weekends geleden heb ik in de solden een prachtig paar enkellaarsjes met hoge hakken (waar een kettinkje onder door loopt, ik ben gek op dat soort details!!) gekocht… Ik wou ze meteen aanhouden en natuurlijk had ik binnen het half uur ongelooflijk zere voeten, maar voor die sexy bottekes had ik dat echt wel over.

Thuisgekomen trek ik het prijsetiket van de onderkant, bleek dat ik één 39 en één 40 aan had. Niet te geloven toch, hoe kan je nu zo stom zijn! Wie plakt er nu een etiket over de maat!!!

En in de winkel zitten ze waarschijnlijk ook nog met zo’n paar! Eerst wilde ik ze gaan inwisselen, maar dan kan ik ze niet meer aandoen en wie weet wanneer geraak ik in die winkel!!

Dus heb ik mij er maar bij neergelegd, ik kan misschien één dikke weessok in de 40 dragen en één dunne weessok in de 39…

Ik ben een kampeerder…

Dat ik zou kamperen, was voorbestemd door het lot. Mijn ouders zijn fervente kampeerders, zo ook alle tantes en nonkels. Mijn overgrootmoeder had zelfs een camping, heel lang geleden toen de arbeiders al wel congés payés hadden, maar nog niet de middelen om ver te reizen. Men ging dan maar naar een camping op den buiten, aan de Schotense Riviera bijvoorbeeld.

Mijn hele jeugd werd ik meegesleept naar Frankrijk, Spanje, Duitsland, Nederland, Luxemburg, Oostenrijk of Joegoslavië. Eerst met de tent, daarna met de camping-car en uiteindelijk met de caravan.

Tegen dat ik het huis uit ging, had ik het dus wel bekeken… En mijn partner was ook al geen kampeerder, nog niet van ver!

Toen de kinderen nog klein waren, brachten we onze vakanties door in kindvriendelijke hotels in Oostenrijk. Vooral toen bleek dat de kinderclub bij onze koters op erg veel bijval kon rekenen en wij van maandag tot vrijdag, tussen tien uur en vijf uur ons goesting konden doen, zonder de kids op sleeptouw te moeten nemen.

Omdat de kinderen groter werden en meer vrijheid nodig hadden, begonnen we uit te kijken naar een andere vorm van vakantie. Misschien een vakantiewoning of zo?

Tot mijn grote verbazing bleek mijn man in die tijd plotsklaps geïnteresseerd in kampeerspullen, opeens flaneerden we regelmatig door kampeerwinkels in plaats van door het Wijnegem Shopping Center…

Kamperen was voor mij ondertussen zo lang geleden, dat ik er de romantiek terug van in begon te zien. Ik was dus wel enigzins enthousiast toen hij voorstelde een tent kopen. Er werden luchtmatrassen uitgezocht en slaapzakken, grondzeilen, een tafel en stoelen en een kruising tussen een ijskast en een koelbox. Kamperen is een dure zaak voor starters!

Onze eerste kampeervakantie, wat een romantiek! In augustus kan het des avonds al behoorlijk koud zijn en met zijn tweetjes lekker warm in de slaapzak kruipen na een vermoeiende dag, het had wel iets…

Maar een tent opzetten, daar kruipt tijd in en alles ter plaatse krijgen, was ook al geen sinecure. Worstelend met dakkoffers, tentzeilen en piketten, zagen we de caravanisten toekomen… Meer dan de poten van hun sleurhut uitdraaien en eventueel een luifel zetten, moesten die niet doen.

Voor die maand ten einde was, stond er een tweedehandse caravan te blinken in onze achtertuin, de tent is verbannen naar de garage en ik denk dat ze daar blijft.

Na wat hilarische blunders, die ik later misschien wel eens met jullie deel, zijn we nu echte caravanisten geworden. Verre reizen, daar beginnen we niet meer aan met dat ding, dat gevaarte achter uwen auto, dat gaat niet vooruit!! Maar ons vanneke staat in de Ardennen en wanneer we goesting hebben, pakken we in en zijn we weg!

Zoals dit weekend dus, eventjes er helemaal tussen uit… Al zijn er ook voordelen aan om weer thuis te zijn, je moet bijvoorbeeld niet door de regen naar de plee lopen met een rol WC-papier onder uwen arm…

Bad hair day…

Mijn haar heeft een beetje een eigen willetje, soms gaat het in staking en valt er niks meer mee aan te vangen, dan het gewoon plat te laten liggen en met een beetje wax en lak te fixeren. Niet mijn mooiste coupe, maar enfin, het is toonbaar.Maar af en toe komt het regelrecht in opstand, wat ik ook doe, het blijft pieken en verkeerd liggen en dan zie ik eruit als een ontplofte eekhoorn of andere roadkill. Vandaag was dus zo’n dag… Na heel wat gehannes met supersterke wax (lees kneedbaar beton) en heel wat lagen haarlak (lees verstuifbaar beton), bleef het naar alle kanten steken, alle verkeerde kanten wel te verstaan, zelfs met water kreeg ik het niet plat…

Dan maar een paar speldjes erin om de recalcitrante lokken plat te duwen… Mooi is dat niet, maar ik moest echt aan het werk, dus het moest maar zo.

Nadat ik mijn bezoekjes (op mijn eigen hectische wijze) afgelegd had, viel mijn blik op mijn haar, in de spiegel van de auto… Om de één of de andere reden zag ik er nu nog meer als een stekelvarken uit!

Mijn administratie afgewerkt, maar mijn planning was natuurlijk weer veel te nipt, ipv om half vier mijn werk-PC af te sluiten, heb ik moeten doorwerken tot iets na vier. Om half vijf had ik een afspraak met de huisarts. In plaats van een lekker ontspannen badritueel werd het een supersnel douchke en mijn haar wassen, was buiten de kwestie…

Het laatste redmiddel om er dan toch nog een beetje toonbaar voor te komen, was een bruin haarlint. Nu heb ik een eierkopke waar zelfs Wiske van Suske jaloers op kan zijn, dus je kan je voorstellen wat een zicht dat is. Dat stom lint moet dan nog met speldjes vastgezet worden of het blijft niet eens zitten!

Goed dat ik niet in Amerika woon, daar zou ik misschien een proces aan mijn broek hebben, omdat één of andere kleuter zo geschrokken is door mij te zien, dat het arme kind er een trauma aan zou overhouden en de ouders en hun advocaat meteen een rechtzaak zouden aanspannen voor een riante schadevergoeding!

De dag is nog niet voorbij en de hectiek ook nog niet, ik moet immers opnieuw onder de douche, mijn haar wassen, de grootste rampen proberen te voorkomen met een heleboel chemische producten en een haardroger en dan nog inpakken voor ons weekendje Ardennen en ik moet ook nog naar den apotheker…

Brons!!

Brons heeft hij, onze eigen Kevin Van de Perre! Toch een hele prestatie voor iemand uit ons kleine landje, iemand die toch niet over alle die faciliteiten kan beschikken zoals bijvoorbeeld de Russische schaatsers… Blijkbaar is het de eerste keer in 60 jaar dat er nog een Belg een medaille haalt op de Europese kampioenschappen.

Ik heb zitten kijken (eerder toevallig) met een knoop in mijn maag van plaatsvervangende zenuwen! Maar wat deed die jongen het goed en wat zag hij er gelukkig uit. Go Kevin!!

Mijn auto, mijn Tomtom en ik!

Voor mijn werk ben ik vaak met de wagen op pad. Tomtomgewijs zoek ik mij dan een weg door de velden en de piepkleine dorpskommen om mijn doel te bereiken. De eerste jaren was het heel wat moeilijker, met de stratenatlas op de zetel naast mij, om de paar minuten opzij gaan staan, omdat wat ik zag niet echt overeen kwam met wat er naar mijn herinnering in de stratenatlas stond. Negen keer op tien was het mijn herinnering die niet helemaal overeenkwam met de realiteit, de stratenatlas had meestal gelijk…

Gelukkig kwam mijn baas een hele tijd geleden op het lumineuze idee om mij (en mijn collega’s) een Tomtom te geven. Ik was er zo blij mee, dat kunt ge niet geloven! Ik ben namelijk niet gezegend met een goed richtingsgevoel en ik ben een vrouw en volgens dat één boekske kunnen die niet kaartlezen. Ik moet toegeven dat daar een grond van waarheid in zit…

Ik heb het trieste record van Tomtommekesverbruik op den dienst waar ik werk, ok de mijne is nog nooit gepikt, maar er zijn er al wel twee opgesmoord wegens een defecte voedingskabel. Voor de rest ben ik hoofdzakelijk lyrisch over dat ding.

Maar… af en toe flipt dat toestel en stuurt mij de velden in, dan bedoel ik echt de velden in, liefst op een weg met heel veel slijk of gras dat zo hoog staat als mijnen auto… De bezitters van een Tomtom zullen nu misschien begrijpend knikken, maar ondanks het feit dat ik nog nooit zo vast gezeten heb in het slijk, dat ze mij er met een tractor uit hebben moeten komen trekken, ik ken mensen die wel zo onfortuinlijk waren.

De vriendelijke mannenstem zegt dan bijvoorbeeld “nu links afslaan” en ik denk, “shit, dat ziet er nu niet echt een hoofdweg uit”, maar wie ben ik om aan de kundigheid van mijn elektronische begeleider te twijfelen? Zo kwam ik al terecht op wegen waarop het meer glijden door de modder dan rijden was, of waar het gras na een kilometer of twee zo hoog stond, dat ik dacht, sebiet zit ik hier gewoon vast, dan raken mijn wielen de grond niet meer! U begrijpt wel dat keren in zulke omstandigheden ook niet echt voor de hand ligt…
Gelukkig ben ik er altijd al op eigen kracht uitgeraakt, maar ik vertrouw niet meer blindelings op mijn Tomtom. Soms kies ik er bewust voor om een kwartier om te rijden, om een bepaalde weg te vermijden…

Gelukkig komen die uitschuivers maar zelden voor, meestal kunnen mijn Tomtom en ik het uitstekend met elkaar vinden, al vrees ik dat hij soms wel eens denkt “andere linkse kant, stom kieken!” of “niet dezen afrit maar de volgende, kalf!” als ik er toch weer eens in slaag om ondanks zijn deskundige begeleiding, verkeerd te rijden…